Requiem voor een regentenstad

Het jaar is 1998. Ik presenteer tijdens de Koninginnenach het podium waar Anouk optreed, op het Buitenhof. Er komen zóveel mensen op af dat zelfs het afdak boven de McDonalds bezaaid is met fans. Na drie nummers word ik door de politie gesommeerd het podium op te gaan en de show te onderbreken. Een daad die mij tot op de dag van vandaag door sommige Hagenezen niet wordt vergeven (hoewel ik Anouk stiekem nog twee liedjes liet spelen, maar daar hoor je niemand over). Koninginnenach 1998 was mijn eigen ‘Stones in het Kurhaus’-ervaring. Den Haag stond op zijn kop. Den Haag ontplofte. De adrenaline gierde door mijn lijf. Wat een feest! En dat in mijn stad! De naam en faam van Koninginnenach was definitief gevestigd. Een muzikaal fenomeen. Organisator Roland Verbiest en zijn mensen wisten het evenement uit te bouwen tot een jaarlijks terugkerend, eclatant succes.Eigenlijk mag het een godswonder heten, dat de Koninginnenach het 21 jaar heeft uitgehouden met de gemeente Den Haag. Van begin af aan was het een gedwongen huwelijk. Het enthousiasme vanuit het Ijspaleis was nimmer oprecht hartverwarmend. Wethouder Marjolein de Jong zegt: ‘Tot 12 uur is het leuk,daarna niet meer’. Onwetend geeft ze hiermee een perfecte beschrijving van het uitgaansleven in Den Haag. De regels worden strenger, de uitvoering ervan wordt steeds duurder. Als het gaat om een bijdrage in deze kosten geeft de gemeente gaf geen krimp. Daardoor verloren we al het North Sea Jazz-festival en nu dus Koninginnenach. Roland Verbiest is geen makkelijke jongen. Dat zijn visionairs meestal niet. Ze moeten vechten voor de verwezenlijking van hun droom. (Ieder succesvol idee bewandelt drie fasen: eerst wordt je voor gek verklaart, daarna zegt niemand dat het je lukt - en vervolgens roept iedereen dat het ‘altijd al een goed idee was’.)De grootste vijand van creatieve mensen zijn non-creatieve bestuurders met beslissingsbevoegdheid. Mijn analyse: daaraan is onze Koninginnenach ten onder gegaan. Er komt nu een ‘kleinschalig’ evenement voor in de plaats. Wel, steek dat evenement maar daar waar de zon nooit schijnt. Zolang regenten onze stad besturen met deze Madurodam-mentaliteit wordt het nooit wat hier.