Ome Ed en zijn oude dag

‘Ik kan ze wel vermóórden, die choleralijers!' Het is overduidelijk dat ome Ed, de vaste stamgast van Nico's snackbar, weer op zijn praatstoel zit. Wij, de andere mannen aan tafel, luisteren gedwee. ‘Ik heb me me levenlang de touwtyfus gewerkt. Mag ‘ie gerust weten. Ik ben 30 jaar postbode geweest en 15 jaar gevangenisbewaarder. Ik weet wat buffelen is, jochie.' Ome Ed kijkt mij aan. ‘Ik ben me levenlang om 6 uur opgestaan. Gelukkig was er iemand die begreep dat je niet kan blijven werken, dat je op je ouwe dag een paar centen nodig hebt. Die man was de enige premier die dit land heeft gehad die wérkelijk begreep wat de burger wilde: Willem Drees.' 'Vadertje Drees, dat was zijn bijnaam. Omdat ‘ie van de gewone mensen hield, als een vader. Maar al ze idealen zijn de afgelopen jaren stelselmatig de nek omgedraaid. Als hij het zou weten, lag ‘ie nou te tollen in ze urn. Alles wat van ons was, is niet meer van ons. Gas, licht, electriciteit, grote bedrijven, noem maar op: allemaal in handen van buitenlanders. Daarom snap ik ook niet dat mensen iets tegen buitenlanders hebben, want ze hebben hier de macht.' Wij zwijgen. Er wordt in dit land al zo vaak over buitenlanders gepraat. ‘Afijn, nou sta ik dus op het punt om me pensioen te krijgen. En wat lees ik: miljarden zijn er verdwenen bij die pensioenfondsen. Dat kén toch niet? Dat zijn dus geen harde kontanten. Maar die heb ik wél betaald. Mijn harde kontanten beleggen ze op de beurs. Je geld verandert in een aandeel. En dat is gewoon een papiertje. Dat is geen geld, het is geeneens nepgeld, het is gebakken lucht. En nou is die lucht verrot. Giftige dampen zijn het. De lucht is bedorven, door de Amerikanen. Amerika is een draaikolk van schulden, en iedereen wordt meegezogen. Ik ook, met me pensioen. Denk jij dat ik dát laat gebeuren? Over me lijk. Als ze aan me pensioen komen, dan huur ik een kalashnikov en schiet persoonlijk dat torentje op het Binnenhof aan flarden. Met premier Playmobiel d'r bij.'