Minister Van Middelkoop en zijn eigen kredietcrisis

Je zal maar als militair in Uruzgan zitten. Een bitter lot, als u het mij vraagt. Vechten tegen een onzichtbare vijand, die bovendien niet te verslaan is. De ratten blijven resistent. Hoewel de inzet van onze jongens en meisjes in de Troonrede met veel hoorngeschal werd bewierookt, is een week later deze lofzang alweer ontkracht: de baas van Defensie heeft opgebiecht dat hij zelf doelbewust de dienst heeft ‘ontdoken'. Ik weet hoe dat voelt. Tijdens de militaire keuring dacht ik ook: dit is niks voor mij. Ik kan niet tegen gezag en al die rangen kunnen me gestolen worden. Uiteindelijk werd ik afgekeurd, wegens mijn geloofsovertuiging. Het was de makkelijkste smoes die ik kon verzinnen. Totzover hebben Eimert van Middelkoop en ik hetzelfde verhaal - hij was ‘persoonlijk onmisbaar' voor het Gereformeerd Politiek Verbond. We hebben beiden de bijbel misbruikt om onder de dienst uit te komen. Met één verschil: ik vind de bijbel een verzameling oude krantenberichten, hij baseert er zijn leven op. Al jarenlang worden voor miljoenen euro's reclamecampagnes gemaakt om jongeren te werven voor het leger. Dit lukt nauwelijks en de ontboezemingen van de minister maken het er niet makkelijker op. Als je de strijdkrachten zo vreselijk vindt, kan je dan wel hun politieke baas zijn? Natuurlijk niet. Met hem gaan we de oorlog niet winnen. De legervakbonden reageren terecht verontwaardigd op zijn opmerkingen. Het is lastig vechten aan het front, met een mes in je rug. Eén strategie heeft Van Middelkoop begrepen: de aanval is de beste verdediging. Hij verordonneert de vakbonden hun toon te matigen en vindt zichzelf ‘een zeer betrokken minister'. Met een beetje mazzel is hij eerdaags een vertrokken minister. Zo niet, en daar ziet het wel naar uit met deze bescheten coalitie, dan zit Eimert tot eind van de kabinetsperiode zonder enige geloofwaardigheid ministertje te spelen. Zonder enig nut; als ouwe kauwgom onder een schoenzool.