Geef die Keniaan een banaan

Een voldongen feit: van een Keniaanse marathonloper kun je niet winnen. Ik weet uit ervaring: als je iets niet kan winnen moet je er vooral niet aan beginnen. Dat is iets anders dan discrimineren - precies wat er nu in de marathonwereld gaande is. De organisatie van de Utrechtse Maratho nverzon bij hun loopwedstrijd tijdens Pasen aparte regels voor Kenianen. Zo kreeg de Nederlandse winnaar van de marathon 10.000 euro, maar een Keniaan slechts 100 euro. Dat is flauw. Kenia is namelijk de marathon natie bij uitstek- omdat ze harder kunnen lopen dan iedereen. Hoe dat komt is aan alle kanten al onderzocht en de conclusies zijn niet zo heel opzienbarend: ze trainen harder,langer en beter. Ze lopen zuiniger door minder gewicht mee te zeulen, met name in de bovenbenen. Kenianen hebben ook de kuiten hoger aan het been zitten, waardoor ze beter en sneller kunnen lopen. De natuur heeft ze leren rennen, kunnen we wel stellen. Een sociologische verklaring is er ook nog: de succesvolste Keniaanse lopers komen allemaal uit onherbergzame gebieden, waar ze als kind geiten moesten hoeden op bergen van tweeduizend meter hoog en scheef. Na het melken van de geiten renden de kinderen doodleuk iedere dag zo’n acht kilometer naar school. Kinderen die naar school rénnen, kom daar in ons vervette Nederland nog maar eens om. Hardlopen is op het Keniaanse platteland de enige manier om te ontsnappen aan het boierenbestaan en daarom zijn ze ook nog eens extreem gemotiveerd. Maar ze mogen niet meer meedoen. De Nederlandse Athletiek Unie (beter bekend als de onvriendelijk klinkende afkorting KNAU) zegt dat deze vorm van discriminatie is toegestaan. Er is immers geen sprake van een arbeidsrelatie, beweren ze met een stalen gezicht. Er staat niets over in hun reglement. Ze zijn vergeten waar het in de sport om gaat. Prestatie gaat boven afkomst. Als die regel niet meer geldt vervallen alle andere regels, in álle sporten. Als je pas kunt winnen nadat je de regels in je eigen voordeel hebt verandert ben je een zielepoot.Ik wens de organisatie in Utrecht en de KNAU dan ook eeuwige jeuk toe, op een plek waar ze nét niet bij kunnen.