Een wapen voor de vrede

Afgelopen woensdag liep een man in het Atrium met een wapen te zwaaien. Hij werd overmeesterd en afgevoerd. Nee, het was niet burgemeester van Aartsen. Die liep toevallig ook in het Atrium met een wapen te zwaaien. Het nieuwe wapen van Den Haag. Voor het luttele bedrag van 250.000 euro ( daar koop je straks nog geen plint voor in het Spuiforum)  krijgt Den Haag een nieuwe huisstijl. Dat werd tijd. Is er eigenlijk ooit iemand wél blij geweest met die platgeslagen ooievaar die ons in de jaren negentig door de strot is geduwd toen we even niet zaten op te letten? Als je die grijsgroene verfspat een kwart slag draaide was het een geit met een sik. Het was een wapen van niks. Slappe, platte hap: dat wil een Stad van Vrede & Recht niet zijn. Vandaar dat we terugkeren naar een duidelijk wapen dat recht doet aan ons nieuwe credo Vrede en Recht. En dat is gelukt: het nieuwe wapen ziet eruit als het logo van een deurwaarder.  D’r staat nog net geen ‘In naam der Koning’ boven maar het scheelt niet veel. Dit is een wapen dat ontzag in boezemt in de landen waar het hommeles is en waar Den Haag een rol kan spelen. Laat ik eens een ontboezeming doen: ik ben de laatste jaren een beetje trots geworden op die Stad van Vrede en Recht. Het feit dat onze woonplaats internationaal is aangewezen om recht te spreken, ook al is dat vaak krom, is natuurlijk logisch. Hagenezen hebben altijd en onophoudelijk een mening over van alles dus dit is de beste plek voor een Permanent Hof van Arbitrage. Die verantwoordelijkheid voor de Vrede - en dus ook die trots – komt van ver. In 1913 werd het Vredepaleis opgeleverd. Een jaar later brak de Eerste Wereldoorlog uit. Oorlog is een slechte start voor een vredesproces. Er kwam nog een Tweede Wereldoorlog over heen en nog een stuk of wat andere; maar wij hebben de Vrede weten te bewaren. Het nieuwe wapen toont ons de oude en vertrouwde,stijve ooievaar, die een worm te grazen neemt. Vredig en recht. Maar altijd met een grote bek.