Een lied voor Piet

  Plotseling ging het licht uit in Den Haag. De stad hult zich in duisternis: Piet de Borst is overleden. Een Haags icoon. Piet de lampenkoning, in dat prachtige pand in de Grote Markstraat. Wie hem heeft gekent, weet dat mijn vergelijking met de duisternis niet overdreven is: Piet was een lichtpunt in een stad die soms zo zwaar met zichzelf overhoop ligt. Een betrokken burger en bovenal een bruggenbouwer. Zijn liefde voor andere culturen was groot en menig inspraakavond over gemeentelijke beslissingen werd opgesierd met Piet’s  aanwezigheid. Altijd kritisch, altijd goedlachs. Piet was ook nooit te beroerd om een mop te vertellen. Waar ‘ie ze vandaan haalde was mij een raadsel. ‘Wat is het verschil tussen lelijk en mooi? Het lichtknopje.’ Honderdduizenden Hagenezen hebben  hun huis verlicht met een lamp van Piet. Als ondernemer sloeg hij zijn laatste grote slag door alle ouderwetse gloeilampen op te kopen die hij maar te pakken kon krijgen, vlak voordat ze niet meer mochten worden ingekocht. Van heinde en verre kwamen mensen om die gloeilampen te kopen. Ik ook. Samen met mijn vader ben ik bij Piet een flinke voorraad ouwe lampen gaan halen. Ik háát het licht van spaarlampen. En al helemaal op de wc. Het nadeel van een spaarlamp op het toilet is: pas als ‘ie is opgewarmd kan je zien hoe ver je naast de pot staat te pissen. Nee, ik heb lekker gloeilampen. En ik troost mij met de gedachte dat, hopelijk voor de rest van mijn leven, mijn huis wordt verlicht door een lamp van Piet. Hij zou van een welverdiende pensioen gaan genieten. De reis deze zomer naar Suriname, met zijn zoon, was al geboekt. Daar had Piet vroeger ook een gloeilampenwinkel. Afgelopen dinsdag was er gelegenheid om afscheid te nemen op Ockenburgh. Vele klanten en bekenden schuifelden langs de baar. Piet lag in een batikhemd, uit zijn geliefde Indië. Een paar Surinaamse klanten vonden dat het zo stil was. Ze zongen in de rouwkamer spontaan een lied. Piet vond het prachtig. Hij lag er, met een glimlach op de lippen, vredig bij. Die welgemeende grijns van Piet; die zal ik persoonlijk nog het meeste missen.