Code Oranje

  Het KNMI geeft een weeralarm. Voor extreem weer. Ik heh wel drie keer aan mijn logé uit moeten leggen dat dit extreem weer is. Ze lacht zich suf. Ze is Zwitserse. Bij haar valt minstens een pak sneeuw van een meter en dat blijft liggen, de hele winter lang. Vooral het woordje ‘extreem’ kan haar doen schaterlachen. Ze heeft gelijk ook. Wat zitten wij hier nou een beetje stakkerig te doen? De NS laat zelfs preventief treinen alvast minder rijden. Ze laten je al in de steek voordat er überhaupt iets aan de hand is. Wordt het geen tijd om de directie van de NS preventief te ruimen? In deze tijd moet alles maakbaar zijn. Dus verwarmen we de vloer van het nieuwe Centraal Station. En we krijgen koffie als de trein vertraagd is. Gezellig. In Kyrgizië vriest het nu 30 graden en gaan hele bejaardenverenigingen, al sinds mensenheugenis, ter verpozing in een wak zitten. Goed voor de doorbloeding. Kijk, zo kan het ook. Zeur niet. Laten we positief zijn: we hébben tenminste weer. Ik ben een keer in Dubai geweest. Daar hebben ze geen weer. Hoewel het daar misschien wel heel terecht weer heet, want het is iedere dag wéér hetzelfde. Toch hebben ze daar ook een weerman bij het 8-uur journaal. Dat moet een saaie maar ook kinderlijk eenvoudige baan zijn: ‘Iesch geen reeg, iesch geen bui, iesch nie moeiluk – iesch zonnag! Altijd lekker weer in Dubai, maar die mensen hebben weer andere problemen. Daar mag je bijvoorbeeld je Fillipijnse au-pair geeneens mishandelen. En ze hebben daar eerst eeuwenlang op een rat zitten knagen en moeten nu elke dag een Cartier horloge kopen. Dat gaat ook vervelen. Vroeger zaten ze voor zich uit te staren in die zandbak, nu moeten ze stug doorconsumeren en dik worden en zehebben allemaal een eigen paleis. Alleen de vrouwen leven nog in een tent. Kortom: het weer is niet slecht. Dat het slecht is dat maken wij er van. Het weer is gewoon het weer. Accepteer het zoals het is. Of doe zoals ik: leef met je hoofd in de wolken. Daar schijnt altijd de zon.