Wil Albert Heijn op die klere-kleintjes letten, en snel een beetje

Bij binnenkomst in de supermarkt wordt ik aan gesproken door een klein en te dik meisje. Ze is een jaar of 9 schat ik, als ik de ringen onder haar ogen tel. ‘Mag ik je plaatjes?’, vraagt ze vreugdeloos. Ik heb het spandoek buiten zien hangen. ‘Alle voetbalplaatjes verzameluuuh!’ staat er op.  Albert Heijn heeft weer een spaaraktie om de omzet op te krikken. Met ‘gratis’ voetbalplaatjes. Vraag me niet waarom, maar hele volksstammen trappen steeds opnieuw in deze ordinaire oplichterstruc. In de bijbehorende tv-spot figureert een elftal van stuiterende voetballers en die irritant vrolijke bedrijfsleider. Ik erger me dood aan deze schijtlollige biljartbal. Kan iemand die man ontslaan? Als ik een lul in mehuiskamer wil, dan haal ik ‘m zelf wel uit me broek.‘Nee’, zeg ik tegen het dikkertje, maar ze gaat onverstoorbaar door. ‘Waarom niet? Je krijgt ze gratis.’ Voordat ik antwoord kan geven zie ik meer stuiterende kinderen op mij afkomen. Ik tel er negen. Negen! Een hele bénde van die plaatjespikkers! Waar is de chef? Waarom doet niemand hier iets tegen? Verkopers van de daklozenkrant moeten buiten in de kou blijven staan, maar dit jeugdige gespuis kan ongestoord zijn gang gaan. Er staan nu drie snotneuzen tegelijk aan mijn kop te zeuren, om voetbalplaatjes die ik nog geeneens heb. De hebzucht druipt uit hun ogen. Zelfs als ik met mijn kar door het poortje loop roepen ze me na. Hardnekkiger dan een zwerm Oost-Aziatische boktorren. Als ik met mijn kar vol boodschappen bij de kassa verschijn staan er alweer twee hangjongeren aan de andere kant van de kassa. Ze ruiken mijn komst, gelijk vale gieren een rottend kadaver. En dan gebeurt er iets waardoor ik geestelijk knak. Nog vóórdat ik mijn boodschappen op de band wil zetten hoor ik achter me een vrouw zeggen: ‘Meneer? Als u zo meteen de voetbalplaatjes niet wil, mag ik ze dan?’ Ik neem niet eens de moeite om me om te draaien. Ik heb de volle kar laten staan en ben weggelopen. Op naar de Spar. De strontvliegen bij de uitgang heb ik verbaal van me afgeslagen door ze een paar ziektes toe te wensen die in het ziekenhuis nog moeten worden uitgevonden. AH: Asociale Hel.