Verziekingen 2010: snauwende snotneuzen

De komende week zijn er geen debatten, hoorde ik vanmorgen op de radio. Gelukkig maar. Nu de rook optrekt, na een week van geschreeuw en wapengekletter, kan de conclusie worden getrokken dat de democratie in dit land er nog droeviger voor staat dan ik al dacht. De complete debilisering van de politiek is een feit. Het NOS-journaal wil de berichtgeving simpeler maken, om dat mensen het journaal niet meer begrijpen. Hoe zou dat nou komen? Het eerste tv-debat, bij RTL, was een mooi voorbeeld van de idioterie die in de media lijkt te zijn losgebarsten. De mogelijke premiers moesten elkaar uitdagen voor een 1 op 1 debat door als een ijscoman met een bel te zwengelen. Tot mijn stomme verbazing deden ze het nog ook. Is er dan niemand die zegt: is dit niet iets te simpel allemaal? Op Radio 1 moeten politici een ballon doorprikken. Letterlijk. De directeur van de KRO geeft ongevraagd een stemadvies aan zijn leden. Hoe dom denken ze wel dat wij zijn?Alle debatten delen één kenmerk: ze waren ontluisterend. Zenuwachtige mensjes, met afgeklemde wangetjes door die onhandige microfoontjes.  Bij het minste of geringste wordt een rellerige sfeer geschapen. Een journaliste bijvoorbeeld, die irritant en onophoudelijk aan Balkenende iets vraagt, die daarop zegt: ‘je kijkt zo lief’. Deze opmerking wordt meteen geclassificeerd als ‘bijna sexistisch’ door een inderhaast opgetrommelde Opzij-trut. Het is allemaal zo zielig. Zo knullig. Zo Nederlands. De zeepkistretoriek tijdens de debatten is ook om te huilen. JP beschuldigd JC van Griekse toestanden. MR beschuldigd JP van het uitdelen van politieke woekerpolissen. GW beschuldigt alles en iedereen. Er wordt niet gedabatteerd, er wordt getwitterd in soundbites. Proefballonnen en breekpunten vliegen rond je oren, maar een inhoudelijke discussie? Non-existent. Deze verziekingen zijn belangrijk, roepende politici. ‘Eindelijk gaat het weer eens ergens over.’ Oh ja? Het gaat helemaal nergens over. Slechte poppenkast door snauwende snotneuzen, dat is het. Weet u op wie ik straks ga stemmen? Op degene die het meest fatsoenlijk overkomt in deze helse arena van hijgerigheid. De politieke kleur kan me geeneens meer schelen.