Sprookje voor Tara en alle andere kinderen

Sprookje voor Tara en alle andere kinderen ‘Wat is oorlog?’ De vraag van mijn nichtje van 5 kwam onverwacht. We hadden net verstoppertje gespeeld met z’n allen, in het huis van opa en oma. Misschien had Tara iets op televisie gezien, zou goed kunnen. Ik had geen goed antwoord paraat, ik moest er even over nadenken. Maar, Tara, ik denk dat ik het weet. Luister maar: de laatste grote oorlog was de Tweede Wereldoorlog. Mijn vader, jouw opa, was nog maar een jongen van 9 jaar. In de laatste winter van die oorlog was het heel koud. De familie had niets te eten, maar wel een dikke wollen sprei: ze hadden honger, maar ze hadden het niet koud. Dus haalde zijn moeder iedere week de sprei een beetje uit en draaide er bolletjes wol van. Van die wol breidde ze sokken, en ondergoed. Die konden bij de boer worden geruild voor kaas en aardappels. Elke vrijdag moest opa daarom, op een fiets met houten banden, naar het platteland. Een fietstocht van twee uur heen en weer terug. Door weer en wind. Het was heel koud, overal lag sneeuw en de landweggetjes waren spekglad. Maar als opa moe en verkleumd weer thuiskwam met een zak aardappelen en een stuk kaas was de barre tocht snel vergeten. De sprei die zo warm was werd almaar kleiner en kleiner, omdat zijn moeder er sokken en ondergoed van bleef maken. Het duurde niet lang voordat de sprei tot de laatste draad gebruikt was, maar de honger was erger dan de kou: met het laatste stapeltje ondergoed ging opa op pad. Nat van de regen en blauw van de kou kwam hij bij de boer. Die was zo aardig om opa bij het haardvuur te laten zitten, zodat hij zich op kon warmen voor de terugweg. Terwijl hij bij het vuur zat, zag opa dat de dochters van de boer de sokken uithaalde en tot bolletjes wol draaide. Toen hij vroeg waarom ze dat deden zei de boer: ‘We hebben geen honger, maar de nachten zijn koud. Mijn vrouw breit er een lekkere warme sprei van.’ Wat is oorlog? Oorlog is zinloos, Tara.