Ome Ed en het stel uit Voorburg

Nieuwsgierige blikken worden richting onze stamtafel geworpen vanaf de balie. Daar staat een ouder echtpaar. ‘We hebben het gevonden!’, krijst de man van plezier. Ze vertelden mij na afloop van een optreden in Voorburg afgelopen zaterdag dat ze Nico’s snackbar maar niet konden vinden. Ik gaf ze de route. Vreemd, zo moeilijk is het toch niet. ‘Doet u mij maar een patatje Ome Ed‘, zegt de man opgetogen, terwijl hij zijn nek bijna verrekt om Ome Ed te zien zitten aan de stamtafel. Die is inmiddels wel gewend aan wat bekijks. Wij zitten hier op zondagmiddag, Ome Ed komt elke dag wel een uurtje aanwaaien. Mening groepje ambtenaren wandelt in hun middagpauze naar de snackbar om een glimp van hem op te kunnen opvangen. ‘Eén patatje Ome Ed’, herhaalt Paul, en verdwijnt in de keuken om het speciale mengsel te halen dat over de patat wordt gedrapeert: een melange van stoofvlees en jus volgens oud familierecept. Iedere dag met tegenzin vers gemaakt door Paul’s vrouw. Die heeft al een keer geopperd om er mee te stoppen. ‘Ik krijg een lamme arm van dat roeren’, zegt ze meer dan eens. Maar Martin wil van geen wijken weten. ‘Het is herfstkost, dat waarderen de mensen.’ Het oudere stel staat nog immer te glunderen bij de balie. ‘Ben jij wel eens in Syrie geweest, globetrotter?’, vraagt Ome Ed mij. Ik schud mijn hoofd. ‘Moet je naar Duinrell. Daar hebben ze een nieuwe attractie: klein Damascus.’ Hij doelt op de vluchtelingen die er ondergebracht zijn.’ Ja, het is toch wat’, zegt de vrouw van het stel. ‘Vreselijk voor die mensen.’ Ome Ed kijkt haar aan en zegt:  ‘Ze kennen die lui beter op de Pier zetten. Die staat toch leeg en lijkt ook op een oorlogsgebied, met al dat achterstallig onderhoud. Je moet ze zoveel mogelijk in hun vertrouwde omgeving vasthouden voordat je ze terugstuurt.’ De vrouw kijkt verschrikt naar haar man. Die buigt zijn hoofd en houdt dit vol tot ze de snackbar in stilte schuifellend verlaten. Voorburg ligt verder weg van Den Haag dan je denkt.