Ome Ed en het kleedjesprotocol

  Wij hebben één echte nationale feestdag: koninginnedag. Waar of niet?’ Er komt geen antwoord. De gasten aan onze stamtafel in Nico’s snackbar zitten zich simultaan te verslikken in een oranje tompoes. Dat de tompoes al jaren het meest verkochte gebakje is mag een godswonder heten; het opeten van zo’n kreng vergt de motoriek van een hersenchirurg. ‘Eén nationale feestdag. En wat doen we dan? Dan zijn we zó trots op het koningshuis dat we onze ouwe troep van zolder halen en die voor de deur op de stoep leggen, op een kleedje. En je zet je kind ernaast, voor lul, met een blokfluit. Vervolgens stiefelt de hele buurt in colonne langs dat kleedje om naar jouw rotzooi te staren.’ ‘En wat ga jij dinsdag doen, Sjaak?’, vraagt Martin.  ‘Ik ga op straat mijn talent als tekstschrijver aan bieden. Ik componeer ter plekke een nieuw koningslied voor wie dat maar wil.’ Martin veegt zijn mond af. ‘Ikzelf ga bakkies koffie verkopen met een eierkoek. Voor twee euro.‘ HTM-chauffeur Gerard fronst zijn wenkbrauwen. ‘Die vrijmarkt is toch alleen voor kínderen?’ Martin likt aan zijn bovenlip, die nog oranje is. ‘Ik gebruik me kleinkind als excuus. Die gaat Nick en Simon zingen.’ Broer Paul schudt zijn hoofd. ‘Ken je beter Samantha neerzetten’. Samantha kijkt op en onderbreekt haar gevecht met de tompoes. Ze draagt een Delfts blauwe hot pants – geheel volgens de mode, retestrak - letterlijk. Het t-shirt dat ze draagt zit net zo strak. De tekst ‘Bye Bye Beatrix’ is behoorlijk uitgerekt. ‘Ik ga naar Amsterdam’, zegt ze tussen twee happen door. ‘Ik heb een feestje’. Ome Ed heeft zijn tompoes nog niet aangeraakt. ‘Hoef ‘ie niet?’, vraagt Martin. Ome Ed schudt zijn hoofd. ‘Als ik me tanden wil breken kauw ik wel op een waxinelichthouder.’ Paul pakt de krant en leest voor: ‘Hier, van de gemeente, de gedragscode voor 30 april. Commerciële handel is niet toegestaan, tenzij de handelaar in het bezit is van een standplaatsvergunning en een grondhuurovereenkomst. Dus die koffie mag niet.‘ ‘Mag niet legt op het kerkhof en lul niet legt ernaast,’ zegt Martin. 'Precies. Zo hoort het, op een vrijmarkt', besluit Ome Ed.