Ome Ed en de oorlog tegen Albert Heijn

‘Graag één patat met en een kroket’, zegt de vrouw bij de balie, terwijl ze het natte haar uit haar gezicht veegt. ‘Prima’, zegt Martin. ‘Wilt u daar misschien een doosje tampons bij?’ De vrouw krijgt ogen als schoteltjes. ‘Wát zegt u?’ ‘Of u daar misschien tampons bij wilt. We hebben ook shampoo, gemaakt door doven.’ ‘Nee sukkel’, sist Samantha hem toe vanachter onze stamtafel in de snackbar. ‘Dat is het mérk’. De vrouw schudt geschokt haar hoofd. ‘Ik denk dat je dat toch ander aan moet pakken’, zeg ik tegen Ome Ed, die op zijn kabeltrui een bordje heeft gespeld met de tekst ‘AH, bedrijfsleider’. ‘Dat maak ik zelf wel uit’, zegt hij kortaf. Hij draait zich om naar de stelling achter hem en begint met een prijstang de artikelen te prijzen. Er liggen koekjes. Toiletrollen. Flessen chloor. Een kist sinaasappels. Allemaal zaken die helemaal niet thuis horen in een snackbar. De stamtafel is omgetoverd tot kassahok, waarachter Samantha haar nagels zit te vijlen. ‘Wat is hier in godesnaam aan hand?’, vraagt Gerard de gleuvenglijder, die doorweekt van de regen binnenkomt. Paul, in een blauwe stofjas, staat hem te woord. ‘Je bent hier in een buurtwinkel van Albert Heijn.’ Gerard slaat de regen van zijn HTM-kleding. ‘Wat zullen we nou genieten?’ ‘Zoals je misschien weet hebben supermarkten sinds kort een automatiek in hun winkel waarmee ze snacks verkopen’, verklaart Ome Ed. ‘Frikadellen, kroketten, kaassoufflés. En voor een schofterig lage prijs ook. Twee voor 1 euro. Het is al niet erg genoeg dat die grootgrutters alle kleine ondernemers kapot concurreren, nou beginnen ze ook aan de snackbars. Vandaar dat wij de rollen hebben omgedraaid: we verkopen nu ook levensmiddelen bij Nico’s snackbar. We keren de dolk om en steken ‘m in hun eigen rug.’ De grote Haagse Frituuroorlog is begonnen’, zegt Martin strijdlustig. Een man wil met zijn patat de zaak verlaten maar wordt tegengehouden door Ome Ed. ‘Mot je nog boodschappen of haal je die bij de vijand in de Theresiastraat? Laat ik het niet merken, ik stomp je kop van je romp!’ Er is nog een hoop werk aan de winkel, zoveel is duidelijk.