Ome Ed en de Nieuwe Pier

De lente wil maar niet losbarsten. De natuur loopt weken achter, de mens ook. Alleen achter glas schijnt de zon en is het warm. Zo ook aan de stamtafel van Nico’s snackbar. ‘Zou het weer zijn om te gaan pierenwaaien?’, vraagt Gerard zich af. Hij vraagt het niet zomaar. Gerard heeft eerdaags een paar vrije dagen – hij is tramchauffeur bij de HTM, die gaan het werk neerleggen. De CAO-onderhandelingen lopen spaak. Ome Ed steunt zijn maat. ‘Staken is een recht’, beweert hij stellig. ‘Werken is ook een recht’, zeg ik tegen onze beroepswerkeloze. ‘Klopt’, antwoordt Ome Ed. ‘Maar je hoeft niet altijd van je recht gebruik te maken.’ ‘Dan ga je lekker mee met Gerard naar de Pier’, zeg ik.  ‘Zal je gek staan staan te kijken. De Pier wordt een trendy plek, vol hippe winkeltjes. Prima idee.’ Ik heb mij verkeken op de conservatieve krachten aan de stamtafel, Ome Ed voorop. ‘Weet ik. Je kan d’r straks je surfplank laten pimpen. Nou, een béétje surfer wil helemaal niet gezien worden op de Pier. Ze vergeten wie er op het strand liggen.’ Gerard valt hem bij. ‘Dat zijn geen hippe vogels. Het is hier geen Bloemendaal. Op het Scheveningse strand liggen hardwerkende Hagenezen.’ Ome Ed gromt instemmend. ‘En die liggen niet te wachten op een broodje gerstenpasta met eikeltjesthee.’ ‘Het is weer eens wat anders dan die zwetende boterhammen met kaas, banaan en salami’ zegt Martin. ‘Een reuzenrad en een biologisch gereformeerde hamburger ik zie niet hoe dat samengaat’, roept Ome Ed. ‘Laten we nou eens positief zijn’, opper ik, ‘de Pier is gered’. ‘Die pleurispier wordt continu gered. Hij is vaker gered dan een aangespoelde walvis. Maar ze maken één cruciale fout: mensen associëren zich niet met verliezers, mensen associëren zich met winnaars’. Ome Ed kijkt  triomfantelijk bij deze zelfbedachte analyse. .‘Wie heeft ’m deze keer gered dan?’, vraagt Gerard. Martin pakt de krant. ‘Ene Marius van der Werff’, zegt hij. ‘Waar komt die brogum vandaan?’, vraagt Ome Ed. Ik schraap mijn keel. ‘Amsterdam’.   Even blijft het stil. Ome Ed zucht. ‘Die schollenkoppen laten hun cultuurgoed dus vernaggelen door een schoutenkabouter uit 020? Einde discussie.’