Ome Ed en de Apple Store

Sinds mensenheugenis staat er in de Passage met de kerstdagen een kerstboom. . Een reusachtig gevaarte, op de kruising van de drie monumentale winkelgangen. Maar nu niet. Dat steekt Samantha, die op deze koopzondag terugkeert in de snackbar. ‘Hoe bedoel je, die staat er niet?’, bromt Ome Ed. ‘Nou, hij is weg. D’r hangt een lelijke kerstversiering en d’r staat een gigantische zwarte schutting voor de gevel.’ ‘Is er soms iemand dood?’, vraagt Martin, ondertussen een flesje Spa Geel ontkurkend. ‘Komt door de Apple Store’, zeg ik. ‘De wát?’, snoeft Ome Ed. ‘Een winkel van Apple. Die noemen ze Store om zich te onderscheiden van de rest.’ ‘Nou, gestoord zijn ze zeker’, zucht Samantha. ‘Ik ging naar de Passage voor die kookwinkel. Elsje wil een melkopschuimer. Maar ik vond de sfeer in die Passage zó eng, het is een zwarte muur. Alsof daar achter een moord is gepleegd.’ Ik probeer de zaak te verklaren. ‘Daar komt dus een nieuwe winkel van Apple en die willen geen kerstboom voor de deur. Toen heeft de gemeente als smoes verzonnen dat het gevaarlijk is om daar een kerstboom te hebben. Dat ding staat er al zeshonderd jaar maar ineens kan het niet meer.’ De aderen in Ome Ed z’n nek zwellen gevaarlijk op. ‘De macht van het grootkapitaal! De politiek danst al jaren naar de pijpen van de grote bedrijven. Martkwerking is het grote woord. Laat het aan de markt over, zeggen de liberalen. Tenzij het banken betreft, die moeten worden gered. Met ons geld. Het kapitalisme vreet zichzelf op. Martkwerking werkt voor geen meter. Ga maar kijken op de Herman Coster, ze lopen allemaal te huilen.’ Nu vliegen de argumenten over tafel. ‘Steve Jobs, de oprichter van Apple, was een boeddhist. Vandaar dat ze geen kerstboom willen.’ ‘Ze weten niet wat gezelligheid is.’ ‘Ze hebben schijt aan Den Haag.’ Martin hoort het gelaten aan en verzucht: ‘Ach, wat doe je d’r aan?’. ‘Heel simpel’, zegt Ome Ed. ‘Boycotten, die handel. Ik eet dit jaar met Oud en Nieuw geen Appleflap. Dat zal ze leren.’