Matchfixing bij ADO

  Ik voel me vies. Ik voel me een verrader. Voel me een Rasmussen. Maar ik beken: ook ik heb meegedaan aan matchfixing. Bij ADO. En het is geeneens een grap. ‘t Is de keiharde waarheid. Het onheil dat zich de komende dagen over mij heen zal storten en de pijn die ik veroorzaak bij familie en vrienden is allemaal mijn schuld. Zojuist belde de enige persoon die ik mijn geheim heb verklapt – voormalig scheidsrechter Mario van den Ende – mij op om te zeggen dat hij niets meer met mij te maken wil hebben. Een vriendschap van vele jaren naar de klote. Er zullen ongetwijfeld ook koppen gaan rollen bij ADO, zeker van de mensen die mij persoonlijk kennen. De positie van een van de commissarissen bij de club – de directeur vam Den Haag Marketing, Marco Esser – is onhoudbaar geworden. Mijn excuses, Marco. Ik weet ook dat bij het lezen van deze column de tranen in de ogen zullen staan bij Lex Schoenmaker en zijn vrouw Corrie. Ik heb hun vertrouwen beschaamd. Maar het hoge woord moet er uit. Nog niet zo heel lang geleden – was het bij de opening van een nieuw voetbalseizoen? - heb ik een paar spelers van ADO omgekocht (en, toegegeven, zij hebben zich om laten kopen). Het was de openingswedstrijd van het seizoen. Als opwarmertje, voordat het nieuwe team zich voor zou stellen aan de supporters, speelde oud-ADO tegen een team van Bekende Hagenezen. Eenmaal op het gras sloeg de paniek mij om het hart. Weet u wel hoe slecht mijn conditie is en hoe groot zo’n veld? Dat laatste leek de oud-spelers niet te deren. Ze bewogen zich gelijk wulpse dansers van het NDT over de mat. De ene bal na de andere verdween achter onze keeper. Dat was Henk Bres, dat hielp ook al niet. Er moest iets gebeuren. Ik gooide het op een akkoordje met twee oud-ADO verdedigers, liet mij tackelen in het strafschopgebied en versierde een penalty. Die ging er – na een knipoog naar de keeper – eenvoudig in. Hun prijs? Een rondje Spa Geel en een bittergarnituurtje. Wat heeft mij bezield? Ik ben een zielig hoopje mens. Ik ben de Chinees.