Liever een pintje dan een lintje

1 mei is de dag waarop we internationale verbondenheid vieren. Een dag van solidariteit met onze buren. Da’s mooi - maar je kan het ook overdrijven. Ik bedoel: dat Griekenland de junkstatus heeft, wil niet zeggen dat we hier de troep ook maar op straat moeten laten liggen. Hoewel ik wel solidair ben met onze schoonmakers en schoonmaaksters. Verbondenheid en vertrouwen zijn schaarse goederen aan het worden in onze wereld; er wordt helaas teveel misbruik van gemaakt (zoals door de Grieken). Daarom is het goed dat er rituelen zijn om die verbondenheid tot uiting te brengen. De jaarlijkse lintjesregen is er een. De meeste lintjes worden uitgereikt aan mensen die zich onbaatzuchtig verdienstelijk hebben gemaakt voor medemens en maatschappij, en aan de aantallen af te meten gaat het de goede kant op: het aantal lintjes is sinds 1999 verdubbelt. Als we in dit tempo doorgaan is binnen afzienbare tijd iedere Nederlander op zijn minst Lid van Oranje Nassau of anders wel Ridder. De vraag is eigenlijk niet óf u een lintje krijgt, maar wanneer. Ik gun ieder zijn lintje, maar het decorum lijkt er een beetje vanaf. Dit stuit velen - letterlijk - tegen de borst. Toen tennisser Richard Kraijcek onderscheiden werd,omdat hij toevallig met 120 kilometer per uur kan slaan, leverden prompt een paar militairen meteen hun exemplaar in. Zo zullen meer mensen erover denken nu een stapeltje andere BN’ers het eremetaal hebben veroverd. Bij zo’n Maartje van Weegen kan ik me nog wel iets voorstellen. Volgens uitreikend minister Hirsch Ballin zijn wij massaal ‘voor anker gegaan’ bij Maartje. Ik vind dat te stevig geformuleerd, maar vooruit, het is verdiend. Iets anders ligt dat toch wel met Chiel Montagne, de iets te goedlachse hangsnor die mijn jeugd volkomen kapot heeft gemaakt met het promoten van Nederlandstalige baggermuziek die tot op de dag van vandaag doorettert in onze samenleving. Over mijn toeren ben ik! De overtreffende trap kwa onzin in lintjesland dit jaar is überroddelnicht Albert Verlinde. Zijn credo is: het maakt niet uit wat je lult, als de tekst de tijd maar vult. Voila, Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Je begrijpt, dat gaat mij ook nog wel lukken.