Koekje van eigen bal

  Je bent een rund als je met paard stunt. Of met eieren of plofkippen of neptonijn. De voedselschandalen vliegen vaker om je oren dan de Joint Strike Fighter. Wij hebben onze prioriteiten niet goed op een rijtje. We geven miljarden uit aan vliegtuigen die niet kunnen vliegen maar hebben geen cent over voor controles op ons voedsel. Dus gaat dat gruwelijk mis, omdat vuile winst nog altijd meer waard is dan een schoon geweten. Sinds maandag is in heel Europa de verkoop van de beroemde Zweedse gehaktballetjes bij Ikea gestopt. Ook daar zou paardenvlees in zitten. In Tsjechië is een partij verkeerde ballen aangetroffen. Als dát het criterium is kunnen ze de hele VVD-top wel opdoeken. Die ballen zijn ook zeer schadelijk voor de volksgezondheid. Deze week vertelde mijn pa over de manier waarop vroeger een varken werd geslacht op de boerderij waar hij als kind opgroeide. Over het respect waarmee een dier werd behandeld voordat het door de slager werd geslacht. Hoe het beest werd gevild, gesneden en verdeeld; iedereen kon het zien, het gebeurde in de keuken. Behoudens de ingewanden ging niets verloren. Van wat overbleef werd soep getrokken. Nu lees ik dat de plofkip eigenlijk een bofkip is – hij krijgt er 2 centimeter leefruimte bij op zijn A4’tje en mag daar 5 dagen langer op leven. Dat voelt toch meteen een stuk diervriendelijker, nietwaar? Ik ben een groot voorstander van het opeten van dieren maar gun ze een redelijk bestaan. Omdat 96% van de kippen voor de export bedoeld is – waar deze ‘nieuwe regels’ niet gelden – blijkt de strijd voor een kiplekker bestaan een achterhoedegevecht. De ware kracht om iets te veranderen ligt bij de consument. Die heeft voorlopig – ook in Delft – het nakijken. Mijn medeleven gaat uit naar de mannen. Laten we maar gewoon toegeven: die kötbullar zijn, na zo’n martelgang door de IKEA met vrouw en kinderen, als een pot honing aan het einde van een verregende regenboog. Dit pleziertje wordt ons ontnomen door gesjoemel en gegoochel met vlees. We veranderen rund in paard. We denken dat we Jezus zijn.