Klapsigaar

De zielige bewoners van de Hobbemastraat hebben het zó moeilijk gehad. Achgutachgutachgut. Hun riooltje is vernieuwd en dat duurde niet een, niet twee, niet vier – nee, wel zés maanden.  De burgers konden het niet meer aan. Huilie-huilie. Parnassia draaide overuren. ‘Je durft het niet hardop te zeggen, maar eigenlijk is hier sprake van een humanitaire ramp’. Zulks moet de stellige overtuiging zijn geweest van de hersenloze ambtenaar in het Ijspaleis die vervolgens met het idee kwam om de bewoners te compenseren: met een zakje zaad van de klaproos. Het bedankje mocht natuurlijk geen cent kosten.  Een half jaar wegopbreking – nou EN? Ik vind dat geen om bij iemand zaad in z’n brievenbus te proppen. Hoeveel omleidingen en wegopbrekingen duren niet vele langer: neem de Bosburg of de Noordwal. Wat moeten díe bewoners dan wel niet krijgen? Orchideeën-zaad? Ze mogen in de Hobbemastraat in hun handjes klappen; zij hebben fatsoenlijke riolering, het grootste deel van de stad zit daar nog op te wachten. Dat het idee niet in goede aarde valt was voor iedere eencellige te begrijpen maar zelfs dat hebben ze op het Ijspaleis niet zien aankomen. Het maakt daarmee vooral pijnlijk duidelijk hoe diep en groot de kloof tussen overheid en burger in deze stad is. Laat ons eens in de psyche kruipen van de knurft die dit bedacht heeft. Oudere vrouw (een vrouw, dat zeker), kinderen het huis uit, zwak huwelijk, houdt zelf enorm van tuinieren, type wereldverbeteraar. Karakter: goedwillend, naief, lage zelfdunk. Stemt GroenLinks of SP. En de commissie van pennenlikkers die dit helse, slechte idee goedgekeurden hebben Good Noodles op de plek waar wij hersens hebben. Denken ze werkelijk dat er ook maar één bewoner in de Hobbemastraat zit te wachten op een zakje klaprozenzaad? Bovendien is dit zaadidee compleet verkeerd getimed: de zaaiperiode voor de klaproos is april. Tegen die tijd is het zaad, met een kenmerkende noot-achtige smaak, allang verdwenen in de curry. Er is nog een blunder begaan: klaprozen groeien overal, behalve waar het nat is. Wat dat laatste betreft zit je goed in Den Haag: één groot tranendal.