In de context bent u een mierenneuker

Op 4 maart 2011 schreef ik een column over een Hagenees die een boete van 650 euro kreeg, wegens het beledigen van een politieagent. Een prestatie van formaat (niet die column, de boete): nooit eerder werd zo'n hoge aanslag opgelegd. Een buitenproportionele reactie op ongetwijfeld buitenproportioneel verbaal geweld. Een breed spectrum aan ziektes, waarvan sommigen zelfs in het ziekenhuis nog niet ontdekt zijn, werd over de agent uitgestort. De diender kon optellen en onder de streep verscheen het belachelijke bedrag van 650 euro. Wat een mierenneuker, dacht ik toen nog. Aanstaande maandag is de uitspraak in hoger beroep van deze zaak. De politierechter zal moeten beslissen of de hoogte van de boete gerechtvaardigd is. Strafvermindering zal alleen volgen als er ‘in de context' een gerechtvaardigde reden is om het te zeggen. Dat is zo'n beetje de nieuwe jurisprudentie over het uitschelden van een agent. Mocht u worden aangehouden wegens te hard rijden en blijkt dat dat 2 kilomter te hard was, dan mag u tegen een agent mierenneuker zeggen. Zulks heeft de Hoge Raad besloten. De knapste koppen van ons land hebben zich gebogen over een zaak die aangespannen werd door een dakloze die een agent mierenneuker noemde en daarvoor een boete kreeg. Twee zaken vallen op: het een godvergeten aanfluiting dat aan zoiets triviaals tonnen belastinggeld wordt uitgegeven terwijl we al zo krap in de slappe was zitten. En het is beschamend dat de rechterlijke macht zich met dit soort onbenulligheden bezig houdt. Nederland op z'n smalst, u zegt het. Hebben we dan echt niks beters te doen? Volgens mij is er een regel. Die regel luidt: beledig geen agenten of andere hulpverleners. Een belediging is iedere verbale uiting waar een agent zich niet prettig bij voelt. Koekenbakker, wijsneus of flapdrol mag wel. Wie zich daar niet prettig bij voelt moet niet bij de kit gaan werken. Maar de tijden verruwen, de taal ook, de omgangsvormen idem. We zijn iets zeer kostbaars aan het verliezen: innerlijke beschaving. Wie denkt nog na over zijn woorden? Weinigen. De meeste mensen weten pas wat ze denken als ze horen wat ze zelf zeggen.