Honing uit het Haagse

  Honing: is er een mooier natuurproduct op deez’ aardkloot? Als iets bijzonder en puur is noemen we het niet voor niets  ‘de nectar van…’.  De enige juiste vergelijking om iets geweldigs te betitelen. We zeggen ook wel eens ‘het neusje van de zalm’. Ik weet niet of iemand dat wel eens heeft geprobeerd te verhapstukken; geef mij maar nectar. Al het goede van de natuur. Nectar komt niet zomaar tot stand. Een bijenvolk is een fenomeen in het rijk der dieren. Uit duizenden bloemen halen miljoenen bijen hun voedsel. Een zoete vloeistof die goed en gezond is voor de bij en voor de mens. Ik heb u al eens verteld over Jan de Bijenman, een imker uit Scheveningen. Hij heeft zijn bijenvolkeren door de stad verspreidt staan. Op de meest diverse plekken. In de buurt van begraafplaatsen (altijd verse bloemen) maar ook in de tuin van het gebouw van de Vereniging Nederlandse Gemeenten. Zijn voorbeeld wordt nu rap gevolgd. Steeds meer bijenkasten verschijnen op de daken van overheidsorganisaties. Een gevolg van een initiatief van de PvD en de Stadspartij, die in een nota ('Den Haag Bij Voorbeeld') aandrongen op het helpen van de bijen. Die hebben het niet makkelijk. Ze sterven wereldwijd uit door het gebruik van pesticiden en het verdwijnen van belangrijke bloemensoorten. Den Haag is een groene stad, wij kunnen makkelijk wat bijen ontvangen. Bijenhoofdstad van Europa? Waarom niet. En je kan er – letterlijk – een slaatje uit slaan. Het beroemde warenhuis Fortnum & Mason in Londen heeft – midden in het drukke centrum – bijenkasten op hun dak staan. Die honing  wordt een paar verdiepingen lager voor goed geld verkocht. Waar zouden we de honing uit de raat kunnen slaan? De gemeenteraad, zegt u? Nee, die bedoel ik niet. Ik doel op gebouwen waar we, boven op het dak, honing kunnen telen. Provinciale Staten honing bestaat al. Net als Clingendael honing (heerlijk!). Maar wat dacht u van de volgende potten honing: Ijspaleishoning,  stadsdeelkantoorhoning, Strijkijzerhoning, Spuiforumhoning of Haagse Tietenhoning?  In het verlengde van die laatste soort: Geleenstraathoning. Daar weten ze immers alles van de bijtjes en de bloemetjes.