Hagenezen zijn Hollanders

  Amai, dat was even schrikken voor de Antwerpse bevolking. Een Haagse delegatie op bezoek en nog een zware ook. Wethouders en burgemeesters kwamen langs om te praten over herstel van de Beneluxlijn. De ‘legal capital of the world’, zoals wethouder Peter Smit ons Haagje graag noemt, heeft geen enkele rechtstreekse verbinding met Brussel. Dat doet pijn - en niet alleen bij ons. Burgemeester Bart de Wever van Antwerpen – dat magere scharminkeltje - is blij met de uitgestoken hand die Den Haag toewerpt. Een treinverbinding moet er komen, subiet. Nederlandse toeristen geven per jaar 84 miljoen uit in zijn stad.  Die inkomstenbron mag niet opdrogen en dan moet je soms wat investeren. Zoals in een afscheidsdineetje, voor de Haagse notabelen. Kosten: 5500 euro. Heel Antwerpen staat op z’n wipperd. De Hagenezen halen hun schouders op. Wim Kok, directeur Communicatie van de Gemeente Den Haag: ‘We hebben gegeten en gedronken in de goede Vlaamse traditie. Ik heb niet het idee dat het buitensporig was’, zegt hij met een vette, alcoholdoordrenkte knipoog naar het doel van het bezoek. Maar menig Antwerpenaar walgt van ‘die Hollanders’. Voor uw informatie: de Belg maakt onderscheid tussen Nederlanders en Hollanders. ‘Nederlanders’ zijn nette mensen. ‘Hollanders‘ zijn boeren. Afijn, al het gekrakeel rond de trein bewijst dat vooruitgang niet altijd in de toekomst ligt. Soms is vooruit gewoon een stap terug. Den Haag heeft nu een eigen BV opgericht om het vervoer mogelijk te maken - terug naar het staatsspoor! Een naam is er ook al: De Lage Landen Lijn. De LLL. Met permissie: die afkorting bekt niet echt lekker. Spreek ‘m eens een paar keer achter elkaar hardop uit; dikke kans dat iemand spontaan een pilletje onder je tong duwt. Maar voorlopig worden er stappen gezet en onze Haagse bestuurders gaan, in deze, voortvarend te werk. Er zijn al gesprekken gaande met treinvervoerders. Zelfs de NS maakt een kansje, meent wethouder Peter Smit. ‘Als ze hun klanten weer gaat begrijpen’, zegt hij smalend.  Minpuntje: de Belgen komen ook nog een keertje bij óns op bezoek. ‘We zorgen voor een fijne ontvangst’, zegt Wim Kok. Die rekening vreet nu al aan me.