Gehussel uit Brussel

Ik parkeer al jaren, met veel plezier, mijn auto op parkeerplaatsen voor invaliden. 't Is immers altijd de dichtstbijzijde plek bij je eindbestemming. Ik heb wél het idee dat niet veel mensen dit leuk vinden; vaak wordt er boos naar mij gekeken. Ik ontving zelfs eens een verontwaardigd briefje achter de ruitenwisser, met de tekst 'Als u mijn parkeerplaats wil, wilt u dan ook mijn handicap?'. Wat een leuke vondst, van zo'n manke schat. Of soms roept een omstander mij iets toe als ik uit de auto stap. 'Wat is je handicap?', vroeg iemand onlangs. 'Ik heb een kreupel aura', riep ik opgewekt terug. Maar ik geef toe, het blijft behelpen en de boetes zijn bovendien niet mals. Vandaar dat ik al jaren zit te loeren op een kostbaar kleinood: de invalidenparkeerkaart. Hij kost al gauw 1500 euro op de zwarte markt, maar je kan er dan ook in de hele stad gratis mee parkeren. Een gruwel van een ding. Niet voor gehandicapten, voor hen is zo'n kaart een uitkomst. Nee, deze kaart is een nachtmerrie voor de gemeente. De fraudegevoeligheid van de invalidenparkeerkaart is immens. Zo'n kaart is namelijk in iedere auto te gebruiken - er geldt geen kentekenregistratie. Dat lijkt idioot en dat is het ook, immers, met deze simpele maatregel voorkom je al een hoop fraude-ellende. Dus waarom dat niet gedaan? Wel, kentekenregistratie mag niet. Van Brussel. Kan misbruik dan niet worden bestraft? Zeker wel. Maar de overtreder heeeft het recht - wederom met dank aan Brussel - om meteen een nieuw exemplaar aanvragen. De invalidenparkeerkaart is een gewild object, dat begrijpt u. Ze worden dan ook om de haverklap gejat. Diefstal van je parkeerkaart is vervolgens weer te voorkomen met een kaartkluis. Dan zit de kaart met een flink stuk metaal aan het stuur vast. Zucht. De gemeente Den Haag gooit nog een ander wapen in de strijd: ze voeren een eigen pas in. Dat mag weer wél van Brussel. Een 'bewonersvergunning gehandicapten'. Niet verplicht, wel zo handig; al was het alleen om lastpakken als mijzelf te blijven dwarsbomen.