Fiets 'm d'r in

Ik ben het schoolvoorbeeld van de verstokte automobilist. Zo iemand die snel even de auto op de stoep knalt voor een halfje gesneden speltbrood uit de biologische supermarkt. Ik geef toe, ‘t is tegenstrijdig. Niets in is zo moeilijk als het veranderen van menselijk gedrag: het gedrag van automobilisten is, op dat van dictators na, het ergste. Welnu, het lijkt erop dat de afdeling Verkeer van de gemeente Den Haag bij mij het onmogelijke voor mekaar heeft gekregen. Ik zit sinds een jaar op de fiets. Toen een bevriend ondernemer uit Zoetermeer mij vertelde dat hij fietsen gingen importeren uit China lachtte ik hem vierkant uit en zei dat niemand daar op zat te wachten. Kwaliteit boven alles. Een week later zat ik op een ‘New York City Bike', het pronkstuk van zijn catalogus. Of dat ik die dan maar eens wilde testen. En verdomd, het kreng doet het perfect. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik al zeker zo'n vijftien jaar niet door de stad gefietst had. Maar behoudens mijn vriend heeft ook het Verkeerscirculatieplan mij genekt, in combinatie met de parkeergelden in het centrum. Ik heb er gewoon geen zin meer in. Tot mijn nog grotere schaamte moet ik toegeven dat ik dat fietsen nog leuk vindt ook. Kostelijk vervoersmiddel, al mis ik de stoelverwarming. Onze stad wil de prijs ‘Fietsstad 2014' van de Fietsersbond in de wacht slepen en doet voortdurend zijn best om het fietsers naar de zin te maken. Over het algemeen is deze nieuwbakken fietser best tevreden. Want mij betreft kan juryvoorzitter Jan Hein Dronkers, ondanks zijn niet echt verkeersvriendelijke achternaam, langskomen met het certificaat. Aan de gemeentelijke inspanningen zal het niet liggen: Centraal Station krijgt er meer dan 11.000 fietsenstalplaatsen bij. Daar heb ik persoonlijk dan weer niets aan. Het is namelijk zeker twintig jaar geleden dat ik in een trein heb gezeten. Uiteraard ben ik ook bereid dát weer eens te proberen - als ik van iemand een trein krijg.