Er is een tiet van komen en een tiet van gaan

Rotterdam krijgt - hou je vast - een tietenrace. Volgende week zaterdag zullen de plaastselijke borsten strijden om een eretitel: ‘de Rotterdamse tiet 2009’. De organisatie kan zijn lol nu al niet op. ‘Of het nu gaat om grote of kleine tieten, neptieten, oude of jonge tieten – zelfs travestieten zijn welkom’. De bedoeling is dat de tieten (er zitten vrouwen aan vast, maar dat telt even niet) zo snel mogelijk een parcours afleggen. Ook wordt gekeken naar de originaliteit van de borstbedekking - de tieten zijn gelukkig nog wél bedekt. Het valt echter wel te vrezen dat de schaarste van de kledij grote invloed zal hebben op de jury.Wie denkt dat dit een ordinair evenement is, bovenal zeer denigrerend voor vrouwen, komt bedrogen uit: het is allemaal voor het goede doel. En wel de strijd tegen borstkanker. Hiermee wordt moraalridders de mond gesnoerd. Rennen met die memmen! Ben ik de enige die het vreemd vind dat onderzoek naar zieke borsten worden bestreden door het schaamteloos exploiteren van gezonde exemplaren? De vraag is ook of burgemeester Aboutaleb geen moeite heeft met de hupsende benefiettieten - het is immers een risicovol buitenevenement. Echt origineel is het idee ook niet te noemen. Het is gejat uit Den Haag. Wij hadden al een Haagse tiet – wat zeg ik, twee zelfs. Op de tribune bij Ado was jarenlang een jongedame te vinden die, als er gescoord werd, spontaan haar truitje omhoog floepte. Daarbij scandeerde het publiek: ‘Haagse Tietûh!’ Door sterk tegenvallende resultaten van onze club is deze folklore in onbruik geraakt. Eerlijk gezegd werd de dame in kwestie ook een jaartje ouder, wat het uitzicht er niet appetijtelijker op maakte. De verkiezing van de Rotterdamse Tiet (lullig trouwens, voor die andere) zal het beeld bevestigen dat een vrouw met een goed stel borsten mooi is. Misschien kan de organisatie zich volgend jaar inzetten voor de acceptatie van vrouwen met een borstprothese – daar valt nog een wereld te winnen.Een titel voor het evenement heb ik al: de Rotterdamse Niet.