De Sint en de Surinamer

Dat die goedheilige ouwe schimmel te vroeger de supermarkt insluipt met zijn suikergoed - daar zijn we inmiddels aan gewend. Begin september staat in mijn supermarkt de display al te lonken, met strooigoed dat allemaal slecht voor je is. Maar dat in de tuincentra de kerststallen al zijn opgebouwd; da's nieuw voor mij. U kunt er nú al terecht voor de obligate kerstster met bijbehorende sfeerverlichting. Terwijl de Sint geeneens is gearriveerd staat de arreslee reeds te glimmen in uw tuincentrum. Deze vreemde voorsprong wekt wrevel op, immers, de commercie duwt ons al zovéél door de strot waar we niet op zitten te wachten. De opmars van buitenlandse feesten - feesten die op geen enkele manier zijn geworteld in onze cultuur - lijkt niet te stuiten. Valentijn. Halloween. De nieuwste commerciele melkkoe: het Oktoberfest. In ‘t geheel geen Nederlands feestje, langs de landsgrenzen ingelijfd als ware het een oud-Hollands gebruik. Wat mij opvalt is dat we weliswaar morren en sputteren maar niets doen. Zoals de Surinaamse schoonmaker van het Haags Werkbedrijf die eergisteren aan het Korte Voorhout enthousiast de stoep aan het vegen was. Ik wa smet een cameraploeg druk bezig met het maken van tv-opnames voor het Sinterklaasjournaal van de NOS. Daarin vervul ik dit jaar de - zeer bescheiden - rol van Nare Ambtenaar. De opnames zouden plaatsvinden op het Binnenhof, maar daar mocht om onduidelijke redenen op het laatste moment niet gefilmd worden. Beetje flauw; als het verkiezingstijd is weten de heren politici wél de weg te vinden naar het Jeugdjournaal. Maar geen nood, omdat de huidige Sinterklaas - oneerbiedig gezegd - gedurende het jaar wat bijklust bij het Nationaal Toneel, konden we terecht bij de Koninklijke Schouwburg. Dat viel overigens ook nog niet mee. Als je voor de deur van de Amerikaanse ambassade een scéne opneemt met 30 nepdemonstranten ziet de stoep ineens zwart van de politie. Portofoonverkeer, zenuwachtige Men in Black voor de ramen van de ambassade, kooortsachtig overleg. De straatveger zag het tafereel van een afstandje aan en stapte toen op mij af. In onvervalst Surinaams verzuchtte hij: ‘Die hele Sinterklaas - voor mij is de lolly d'r wel vanaf hoor.'