De geur van oliebollen in tropisch Thailand

U ergert zich misschien aan de kou, maar de verzengende hitte van Bangkok is ook niet alles. Ik ben er momenteel op uitnodiging van de Nederlandse Vereniging, om op te treden tijdens een feestelijke avond op de ambassade. Als hoofdgast mag ik ook het Nederlands dictee voorlezen, dat traditiegetrouw in januari wordt georganiseerd. De ambassade is een prachtige houten, koloniale villa. Naar verluidt een van onze mooiste ambassades; het gebouw ademt de sfeer van voorbije tijden, de geur van kruidnagel en kaneel. Een zestigtal Nederlanders is present. Enigszins arglistig worden de paar Belgen bekeken die ook meedoen. Een van de aanwezigen stelt voor om voortaan alleen Belgen uit te nodigen uit Wallonië. Dit idee stuit op protest van de jury, maar wij moeten zijn suggestie met een flinke korrel zout nemen. (Wat geen probleem is - in Thailand is zout nog ruim voorradig.) De ambassadeur zelf is er helaas niet bij; hij is door Maxime Verhagen met spoed naar Laos gestuurd. Zijn secretaris, Joris, neemt de honneurs waar. Joris is ook verantwoordelijk voor de tekst van het dictee. Alleereerst doet hij de huishoudelijke mededelingen. Wetenswaardigheden voor de Nederlandse gemeenschap. Gezellig! Zo vraagt hij applaus voor Ria, die bezig is met het bakken van 200 oliebollen voor de nieuwjaarsreceptie. Voorwaar een hele prestatie, bij deze temperaturen. Na de mededelingen kan het dictee een aanvang nemen. Ambasade-secretaris Joris is voortvarend te werk gegaan. Er zijn instinkertjes als 'hartstikke' en 'queeste', maar ook monumentale struikelblokken als 'een achenebbisj bordeauxrood deux-piècesje'. Het foutenfestival is begonnen. Uitermate serieus en gedisciplineerd zwoegen de aanwezigen zich door het taalkundige moeras, en ik mijzelf door de voordracht van de tekst. Bij iedere verspreking roept iemand steevast uit de zaal: 'Effe opnieuw, Philip'. Als de rookwolken optrekken blijkt de winnaar Marian (NL) te zijn, met 26 fouten. Ze krijgt, behalve een bos bloemen, ook de eer om het dictee van volgend jaar te schrijven. De bloemen die ik zelf krijg zullen de vliegreis niet overleven. Ik geef ze daarom aan Ria en wordt beloond met drie hartelijke zoenen. Niet veel later slenter ik door nachtelijk Bangkok, omgeven door de walm van oliebollen. Wat kan het leven toch mooi zijn.